Voorbeschouwing Tour de France - Etappe 12
Parcours

Vanaf het circuit van Nevers Magny-Cours worden de renners op gang geschoten voor opnieuw een vlakke etappe. Over 179 kilometer moeten er 1.800 hoogtemeters worden bedwongen, waarvan het grootste deel in de tweede helft van de rit ligt. Op papier is vooral de Côte de Montagny-lès-Buxy, op twintig kilometer van de finish, het bekijken waard. Met 2,6 kilometer aan een gemiddeld stijgingspercentage van 4,3% zal deze beklimming de meeste sprinters echter niet afschrikken. De aanloop maakt de klim nog enigszins verraderlijk: in de vijftien kilometer ervoor loopt de weg namelijk over ruim vijf kilometer al vals plat omhoog aan zo'n 2 à 3%.
Alleen de minst klimmende sprinters zouden op de laatste beklimming kortstondig naar de achterkant van het peloton kunnen wegzakken. Met nog twintig vlakke kilometers tot de finish is er vervolgens echter ruim voldoende tijd om de aansluiting weer te maken en zich voor te bereiden op de massasprint. In de finishplaats volgen er met nog drie kilometer te gaan twee scherpe bochten. De eerste op 2800 meter van de streep, en vervolgens een haakse bocht op 2400 meter. Vanaf daar zal, langs de oevers van La Saône, de snelheid enkel oplopen tot aan de finishstreep.
Favorieten
De ene sprint is de andere niet, dat bleek gisteren wel. Topfavoriet Tim Merlier kwam er in de finale niet aan te pas, Olav Kooij liet bewust een gaatje vallen naar zijn lead-out Cees Bol en de Noor Soren Wærenskjold profiteerde optimaal van de chaotische sprint. Kooij werd uiteindelijk tweede, terwijl Jasper Philipsen een opvallende uitslag kende: eerst derde, daarna door de jury teruggezet naar de 119e plaats en uiteindelijk na beroep toch weer als derde geklasseerd.
Ondanks die uitslag blijft Tim Merlier voor ons de snelste man van het peloton. Als hij de ruimte krijgt om zijn sprint te lanceren, kan hij zelfs vanuit een ogenschijnlijk kansloze positie nog iedereen voorbij vliegen. Lukt het hem deze keer om zich bij het ingaan van de laatste honderden meters wél voorin te positioneren, dan lijkt er weinig te beginnen tegen de Belg. Daarachter blijven Olav Kooij, Jasper Philipsen en Biniam Girmay de voornaamste uitdagers voor de ritzege.
Daarachter verandert er weinig. Max Kanter, Milan Fretin en Soren Wærenskjold beschikken stuk voor stuk over de snelheid en het vermogen om voor een verrassing te zorgen. Pascal Ackermann, Huub Artz en Mads Pedersen lijken de beste papieren te hebben voor de overige plekken in de top tien. Vooral Huub Artz maakt indruk. De Nederlander gaf gisteren aan dat het niveau bergop zo hoog lag dat hij in de zware etappes nauwelijks kansen zag op een goed resultaat. Nu hij zijn sprinttalent heeft ontdekt en doorkrijgt hoeveel moeite men doet voor zo'n topnotering, lijkt hij elke kans aan te grijpen om zich opnieuw in de top tien te rijden.
Vul je selectie verder aan met Fernando Gaviria, Pavel Bittner, Anthony Turgis, Clément Russo en Dorian Godon. Voor hen geldt dat de verschillen klein zijn: een achtste plaats is net zo goed mogelijk als een twintigste. Wel lijkt dit voorlopig hun laatste kans om zich nog eens van voren te laten zien in een massasprint.
⭐⭐⭐⭐ Merlier
⭐⭐⭐ Kooij, Philipsen
⭐⭐ Girmay, Fretin, Kanter, Waerenskjold
⭐ Ackermann, Artz, Bittner, Pedersen, Turgis
