Voorbeschouwing Giro - Etappe 16
Parcours
De renners mogen het op de dag na de rustdag rustig weer oppakken. Tenminste, als we alleen naar het aantal kilometers kijken. Met slechts 113 kilometer staat op de laatste dinsdag van deze Giro namelijk de kortste etappe in lijn op het programma. De openingsfase van dertig kilometer verloopt relatief eenvoudig, waarna het parcours direct een stuk grilliger wordt. In de daaropvolgende dertig kilometer zijn er eigenlijk maar twee opties: omhoog of omlaag.
Een lokale lus met de beklimmingen van de Torre (4,7 kilometer aan 5,6%) en Leontica (3,0 kilometer aan 8,2%), die beide twee keer moeten worden bedwongen, zal normaal gesproken definitief bepalen wie de vlucht van de dag vormt. Mocht die nog niet eerder zijn weggereden, dan zal dat hier vrijwel zeker gebeuren.
De daaropvolgende veertig kilometer zijn een stuk eenvoudiger en bieden de renners de kans om wat energie te sparen. Vooral de vluchters zullen proberen hun inspanningen zo goed mogelijk te verdelen en niet onnodig veel kopwerk te verrichten op het relatief vlakke gedeelte van de etappe.
Op 11,6 kilometer van de finish begint vervolgens het absolute slotstuk van de dag: de beklimming naar Carì, een klim van de eerste categorie. Het is een lange, regelmatige klim die vrijwel nergens sterk afwijkt van een stijgingspercentage van 8 procent. Een ideaal terrein voor de pure klimmers die het liefst hun eigen tempo rijden en hun concurrenten langzaam maar zeker willen breken.
Kanshebbers
Nu de roze trui om de schouders hangt van de vooraf grootste favoriet, rijdt Visma | Lease a Bike enkel nog voor de kleinere subdoelen. De ploeg heeft daardoor weinig belang bij een extreem zware koers. Als het aan de Nederlandse formatie ligt, mag een kopgroep gerust de ruimte krijgen, zolang daar geen renners tussen zitten die nog een bedreiging vormen voor het algemeen klassement.
Toch blijft Jonas Vingegaard de meest logische captainkeuze voor etappe 16. Door de beperkte afstand van deze etappe krijgen de vluchters minder tijd om een grote voorsprong op te bouwen. Bovendien blijft er, zodra de vlucht gevormd is, relatief weinig koers over. Zeker omdat de eerste dertig kilometer vlak verlopen en we wederom een spervuur aan demarrages kunnen verwachten van springveren die tegen alle natuurwetten in op het vlakke een gat trachten te slaan. Een ritzege voor een aanvaller behoort absoluut tot de mogelijkheden, maar dat de volledige kopgroep vóór de klassementsmannen finisht, lijkt een stuk minder waarschijnlijk.
Voor de meest kansrijke vluchters kijken we naar Giulio Ciccone, Enric Mas, Einer Rubio, Wout Poels en Jan Hirt. Beschik je over één van deze renners en wil je de derde week direct aanvallend inzetten, dan kun je zelfs overwegen om één van hen captain te maken. Zorg er dan wel voor dat je selectie verder gevuld is met de sterkste klassementsmannen, want de plekken direct achter de ritwinnaar zullen vermoedelijk door hen worden ingenomen.
Felix Gall lijkt daarbij de belangrijkste uitdager van Vingegaard, al zal de Oostenrijker met een achterstand van 2 minuten en 50 seconden waarschijnlijk eerder bezig zijn met het verdedigen van zijn tweede plaats dan met een aanval op de roze trui. Daarachter ligt de strijd om de laatste podiumplaats nog volledig open. Thymen Arensman, Jai Hindley en Giulio Pellizzari hebben allemaal zicht op het podium in Rome, maar daarvoor zullen zij eerst nog moeten afrekenen met de verrassend sterke Portugees Afonso Eulálio die week drie ingaat als de nummer twee van het algemeen klassement.
⭐⭐⭐⭐ Vingegaard
⭐⭐⭐ Ciccone, Gall, Rubio
⭐⭐ Arensman, Hindley, Pellizzari, Poels
⭐ Bernal, Gee, Hirt, Mas, Piganzoli, Storer
Odds bookmakers
| Renner | |||
| J. Vingegaard | |||
| G. Ciccone | |||
| E. Rubio | |||
| W. Poels | |||
| E. Mas | |||
| D. Piganzoli | |||
| F. Gall | |||
| J. Christen | |||
| S. Kuss | |||
| G. Pellizzari | |||
| J. Hirt |
