Voorbeschouwing Giro - Etappe 10
Parcours

Lange rechte wegen langs de kust, en dat over een afstand van maar liefst 42 kilometer. Zonder ook maar één heuvel van betekenis is deze tijdrit volledig op maat gemaakt voor de pure specialisten.
Op dezelfde wegen waar de afgelopen jaren de openingstijdrit van Tirreno-Adriatico werd verreden, werken ook de Giro-renners vandaag hun race tegen de klok af. Die chrono was weliswaar een stuk korter dan wat de renners nu voorgeschoteld krijgen, maar dat zal de winnaar van de laatste twee edities weinig deren. Integendeel: in deze enige tijdrit van de Giro krijgt hij juist de kans om zijn dominantie nog nadrukkelijker te tonen.
Kanshebbers
Over wie we het hierboven hebben? Natuurlijk over Filippo Ganna. We verwachten niet dat morgen iemand ook maar in de buurt komt van het Italiaanse tijdritkanon, die al zes keer eerder een Giro-tijdrit wist te winnen. De tweevoudig wereldkampioen kon het zondag bovendien rustiger aan doen dan de klassementsmannen en zal daardoor nog uitgeruster aan de start verschijnen.
Achter Ganna verwachten we veel van Alec Segaert. De Belg liet zich dit voorjaar opvallend vaak zien in de diepe finales van wedstrijden, al leverde dat niet altijd het gewenste resultaat op. De drievoudig Europees kampioen tijdrijden bij de beloften van 2022, 2023 en 2024 werd bovendien al eens tweede op het Belgisch kampioenschap, nog vóór Remco Evenepoel zelfs. Die kwaliteiten, gecombineerd met zijn sterke vorm van dit voorjaar, maken hem tot een gevaarlijke outsider.
Van de klassementsmannen beschikken Jonas Vingegaard en Thymen Arensman over de beste tijdritkwaliteiten. Veel tijdritten in de grote rondes van de afgelopen jaren hadden een heuvelachtig karakter, maar de uitzondering daarop was de relatief vlakke tijdrit van 33 kilometer in de Tour van vorig jaar. Vingegaard werd toen slechts dertiende en verloor 1 minuut en 20 seconden op Remco Evenepoel, en ruim een minuut op Tadej Pogacar. De Deen behoort absoluut tot de betere tijdrijders van dit klassementsveld, maar dat zegt ook iets over het beperkte niveau van de concurrentie in deze discipline. Wij verwachten daarom dat Arensman ook tijd kan winnen op de concurrenten en een sterke tijdrit neerzet. De Nederlander werd dit jaar nog tweede in de tijdrit van Tirreno-Adriatico, die grotendeels over dezelfde wegen werd verreden als deze Giro-tijdrit.
Andere tijdritspecialisten aan de start zijn Rémi Cavagna, Magnus Sheffield en Lorenzo Milesi. Cavagna is vrijwel altijd goed voor een degelijke top 10-notering, terwijl de prestaties van Sheffield wat grilliger zijn. Milesi, één van de krachten achter de gewonnen ploegentijdrit van DSM-Firmenich in de Vuelta van 2023, blijft zich ondertussen sterk ontwikkelen en kan terugkijken op een indrukwekkende eerste Giro-week. Vanuit de aanval werd hij al vierde en vijfde, waardoor het ons niet zou verbazen als hij op zijn echte specialisme hoog in de top 10 eindigt.
Daarachter zijn er nog genoeg andere sterke tijdrijders die mikken op een goed resultaat in etappe 10. Maar als jij ze hebt meegenomen in je selectie, weet je dat waarschijnlijk zelf ook wel. Denk bijvoorbeeld aan Mikkel Bjerg, Niklas Larsen, Johan Price-Pejtersen, Matteo Sobrero en Maximilian Walscheid. Ook Victor Campenaerts kan uitstekend tijdrijden, al lijkt hij nu bij Visma | Lease a Bike individuele tijdritten vaak iets behoudender aan te pakken in dienst van de ploeg.
De kans is groot dat je buiten deze namen nog wat plekken moet opvullen. Dan kom je al snel uit bij je klassementsmannen, van wie je weet dat ze vol aan de bak moeten in deze tijdrit. Derek Gee kan van dat rijtje waarschijnlijk nog het meeste uit een vlakke chrono halen. Renners als Jai Hindley, Giulio Pellizzari, Ben O'Connor en Egan Bernal zullen vooral moeten vechten om überhaupt in de top 20 te eindigen. Voor Felix Gall, erkend niet-tijdrijder, wordt dat waarschijnlijk nog een stuk lastiger.
⭐⭐⭐⭐ Ganna
⭐⭐⭐ Arensman, Segaert
⭐⭐ Bjerg, Cavagna, Milesi, Sheffield
⭐ Larsen, Gee, Sobrero, Vingegaard, Walscheid
Odds bookmakers
| Renner | |||
| F. Ganna | |||
| N. Larsen | |||
| A. Segaert | |||
| T. Arensman | |||
| J. Vingegaard | |||
| L. Milesi | |||
| M. Bjerg | |||
| J. Price-Pejtersen | |||
| V. Campenaerts | |||
| M. Sheffield | |||
| D. Gee |
